SPOEDEISENDE HULP

ALARMNUMMER 0900-0111
VHF-kanaal 16
Informatie over maritieme (pech)hulp

Geschiedenis

Kustwacht Nederland is opgericht op 26 februari 1987. Het is dus een relatief jonge Kustwacht. Het ontstaan van de organisatie wordt hieronder beschreven. Ook staan er diverse links naar andere websites ter verdieping over dat onderwerp.

Ramp met Zr.Ms. Adder
Zr. Ms. Adder (1875) was een Nederlandse rammonitor, die op woensdagavond 5 juli 1882 tussen 21.00-21.30 uur zonk op de Noordzee voor de kust van Scheveningen. Van de totale bemanning van de Adder, bestaande uit 65 personen, heeft niemand het ongeval overleefd. Het feit dat deze tragische scheepsramp had plaatsgevonden werd pas op 8 juli bekend. Toen spoelden de eersten van uiteindelijk 43 stoffelijke overschotten aan op de kust bij Scheveningen. De verontwaardiging in Nederland was groot. Niemand had de ramp zien gebeuren, terwijl het vaartuig door een communicatiefout ook niet werd vermist. In de zomer van 1883 werd naar aanleiding van deze ramp ‘het houden van een uitkijk en het rapporteren van in nood verkerende schepen aan Hoofden Kustwacht’ aan het personeel van de Kustverlichting opgedragen. De Kustwacht kwam dus onder het beheer van het Loodswezen.
 Zr.Ms. Adder (KVMO)
  Zr.Ms. Adder (Nederlandse Krijgsmacht)
 Herdenking scheepsramp benadrukt waarde Kustwacht

Zr.Ms. Adder (Bron: Marinemuseum)Zr.Ms. Adder verging in 1882

Vuurtorens
Jarenlang is de bewaking van de kust vanaf de bemande vuurtorens uitgevoerd. Na de Tweede Wereldoorlog werd het gebied dat bewaakt kon worden, groter door de komst van radar en betere communicatiemiddelen. Vanaf de jaren zestig nam de overheidsbelangstelling voor de Noordzee toe. Het milieu moest bewaakt worden, de visserij moest gecontroleerd worden, de olie- en gaswinning op de Noordzee kwam op, er werd zand en grind gewonnen, etc. En ieder ministerie dat meende iets op de Noordzee te doen te hebben, richtte een afdeling op, kocht een vaartuig  en ging zijn taak uitvoeren. Op een gegeven moment waren meer dan 20 overheidsdiensten werkzaam op de Noordzee.

Ontwikkelingen
Begin jaren ‘80 werd er hard gewerkt aan de verbetering van veiligheid op zee. Automatisering en nieuwe regelgeving naar aanleiding van een aantal grote ongelukken zorgden voor een toename van de scheepvaartveiligheid. Een van de meest in het oog springende veranderingen in deze tijd is de automatisering van de lichten die van oudsher een cruciaal onderdeel waren van het scheepvaartmarkeringssysteem. Met de intrede van plaatsbepalingssystemen als DECCA was het voor een kapitein altijd duidelijk waar een schip zich bevond.
 Decca Navigator Plaatsbepalingssysteem (Publicaties IenW)
 DECCA (WikiPedia)

Automatisering
De functie van vuurtorenwachter werd langzaam uitgefaseerd gedurende de jaren ’80, en veel van de vuurtorenlichten werden geautomatiseerd. Ook de lichtschepen waar al tientallen jaren dag in dag uit mensen aanwezig waren om het licht te beheren en zo het scheepvaartverkeer langs de kust begeleiden, werden geautomatiseerd. Het lichtschip Texel nabij het gelijknamige eiland werd in juli 1977 geautomatiseerd en het schip Noord-Hinder, gelegen ten noordwesten van Vlissingen, volgde in maart 1982.
 Nederlandse Vuurtorens
 Rijkswaterstaat Verkeer- en Watermanagement

Onderzoek samenwerking Noorzee
In 1984 gaf minister Neelie Smit-Kroes van Verkeer en Waterstaat de ‘Interdepartementale Coördinatiecommissie Noordzeeaangelegenheden (ICONA)’ de opdracht om te onderzoeken hoe er efficiënter en effectiever gewerkt kon worden op de Noordzee. Dit vanwege de vele partijen die actief zijn op de Noordzee.
 Historie Rijkswaterstaat
 Neelie Kroes (WikiPedia)
 Overzicht activiteiten Noordzee (Publicaties IenW, 1984)
 
Geen zelfstandige organisatie
De samenwerking tussen de betrokken overheden op het gebied van incidentenbestrijding kon echter nog verbeterd worden. In 1985 stelde de ICONA een advies op over de uitvoering van operationele taken op de Noordzee. De vele departementen die een rol speelden bij de aanpak van incidenten zouden beter hun taken kunnen bundelen in een Kustwacht, zo luidde de hoofdgedachte. Ook zou de aanschaf van materiaal zoals vliegtuigen of schepen voor de Kustwacht enkel zin hebben, indien er meerdere departementen gebruik van konden maken. Het betrof een verregaande coördinatie en bundeling van de taken van deze departementen, maar expliciet geen zelfstandige organisatie. De in te stellen Kustwacht zou een operationeel centrum moeten krijgen. Hier was voor het eerst sprake van de harmonisatie van het Noordzee-beheer, zij het een zeer specifieke taak ervan.
 Advies over uitvoering van operationele Noordzeetaken (Publicaties IenW, 1985)

Locatie
Minister Neelie Smit-Kroes, sinds 1982 minister van Verkeer & Waterstaat, gaf in de Ministeriële Commissie Noordzee Aangelegenheden (MICONA)-vergadering van juni 1985 aan dat de weg naar dit beleidsvoorstel moeizaam was, niet in de minste plaats om ervoor te zorgen dat de betrokken diensten zelf gingen geloven in de bundeling. De ICONA werd opgedragen een vervolgstudie te doen over met name de locatie en financiering van de nieuwe organisatie. De vervolgstudie zette alle voor- en nadelen van de potentiele locaties voor een Kustwachtcentrum – IJmuiden of Driebergen – op een rij.

IJmuiden of Driebergen?
In Driebergen was het centrum van de Rijkspolitie gevestigd, waardoor het een logische optie was om de opsporings- en toezichttaken van de ophanden Kustwacht daar te vestigen. De hulpverleningstaken zouden dan in IJmuiden gevestigd kunnen worden. In IJmuiden was Radio Scheveningen gevestigd, het radiostation van Nederland voor communicatie met scheepvaart, onderdeel van de PTT. Echter was een deel van de betrokken departementen niet tevreden met een gescheiden locatie, waardoor uiteindelijk in de ministerraad voorzichtig geconcludeerd werd dat de locatie IJmuiden de voorkeur genoot. Naar aanleiding hiervan werd in februari 1987 de Kustwacht opgericht als samenwerkingsorganisatie tussen de betrokken ministeries (Justitie, Verkeer & Waterstaat, Landbouw en Visserij, Algemene Zaken, Defensie, Economische Zaken, Financiën). Het Kustwachtcentrum werd gevestigd in IJmuiden. Volgens een evaluatie in 1988 bleek de gekozen formule een succes: met dezelfde middelen werd een beter resultaat - sneller en effectiever optreden - bereikt.
 Geschiedenis (verkort) van Scheveningenradio (Hans Remeeus)
 YouTube: Radiocontact telegrafie en telefonie (1951)

Scheveningen Radio
De ICONA heeft een aantal adviezen uitgebracht en in 1986 besloot de regering dat één Nederlandse Kustwacht de oplossing voor de problemen was. 26 februari 1987 ging de Kustwacht van start in het gebouw van Scheveningen Radio in IJmuiden.

Evaluatie Kustwacht
In 1987 was de Kustwacht van start gegaan als samenwerkingsorganisatie. Dit bleek in de praktijk werkbaar, maar niet ideaal. Met name de aansturing van de Kustwacht en de zekerheid waarmee middelen in Kustwachtverband inzetbaar waren bleken problematisch. Dit werd versterkt door een bezuiniging eind jaren ’80. Al in 1989 verscheen er een evaluatierapport waarin werd aangegeven dat de samenwerkingsorganisatie op problemen uitliep en dat daarom de mogelijkheden tot een ‘gebundelde’ organisatie onder beheer van het ministerie van Verkeer & Waterstaat, Defensie of zelfs een zelfstandige organisatie het bestuderen waard was. Het ICONA bestudeerde deze opties in 1992 en 1993. Zij gaf het advies om de beheertaken van de Directie Noordzee en de Kustwacht te bundelen. De andere zee-taken van de Rijksoverheid (visserij-inspectie, douanetoezicht en grensbewaking) zouden na een periode van zelfstandigheid vanzelf toegroeien naar een zelfstandige Kustwacht.

Beheer Koninklijke Marine
Het kabinet besloot in 1994 het advies van de ICONA naast zich neer te leggen. Minister Jorritsma-Lebbink vond dit een stap terug. Ze wilde de Kustwacht juist verder bundelen. Met het oog op de uitvoering van toezichttaken op de Noordzee besloot het kabinet dat een bundeling onder beheer van de Koninklijke Marine het meest voordelig zou zijn, aangezien deze beschikking had over de schepen, vliegtuigen en boordhelikopters. Defensie had hiervoor gepleit, mede omdat dit ministerie na afloop van de Koude Oorlog op zoek was naar civiele taken.
 Koninklijke Marine

Samenwerkingsorganisatie
De Kustwacht bleef een samenwerkingsorganisatie maar ‘bundelde’, en werd operationeel ingebed bij de marine. Dit besluit viel slecht bij de Directie Noordzee, die ook betrokken was bij de uitvoering van de Kustwacht. Niet alleen raakte het ministerie van Verkeer & Waterstaat de mogelijkheid kwijt tot operationele aansturing van de Kustwacht, ook miste de Directie een kans op een reorganisatie waarmee ze haar positie kon verstevigen. De impact van de inbedding bij Defensie was echter het grootst op de medewerkers bij de Kustwacht: met de reorganisatie verhuisde het Kustwachtcentrum in 2001 van IJmuiden naar de marinehaven van Den Helder. 
 Brief van de minister van Verkeer en Waterstaat betreffende een studie naar een gebundelde kustwacht
 De Directie Noordzee (Publicaties IenW, 1991)

De volgende reorganisatie
In 2005 was het wederom tijd voor een reorganisatie. Meerdere evaluatierapporten wezen uit dat het samenwerkingsverband Kustwacht te vrijblijvend was. In het kader van ‘synergiewinst’ werd besloten om toch van de Kustwacht een eigen entiteit te maken, die in opdracht van ministeries taken bleef uitvoeren. De minister van Verkeer & Waterstaat, als coördinerend minister Noordzee-aangelegenheden, bleef ook coördinerend voor de Kustwacht, maar het dagelijks beheer van de Kustwacht kwam in handen van het ministerie van Defensie. Er werd een complexe aansturingsstructuur ingesteld, met een Kustwachtdirecteur die de dagelijkse leiding over de Kustwacht had en een Kustwachtdriemanschap (later KW4+) die de Kustwachtdirecteur aanstuurde. De HID Directie Noordzee werd opdrachtgever van de Kustwacht. Op hogere bestuurlijke niveaus werden een ‘Permanente Kontaktgroep Handhaving Noordzee’ en een ‘Raad voor de Kustwacht’ ingesteld.
 Besluit instelling Kustwacht
 IDON en PKHN

Andere ontwikkelingen
De Kustwacht bleef zich verder ontwikkelen, bijvoorbeeld in het handhavingsdomein. Zo werd een ‘Maritiem Informatie Knooppunt (MIK)’ opgericht. Binnen het MIK werken de verschillende netwerkpartners samen met het verzamelen en verrijken van maritieme informatie. Er wordt een ‘maritiem situatiebeeld’ opgebouwd.
> Informatie Gestuurd Optreden (MIK-NL, volgt)

ROKN
Aan boord van Zr.Ms. Luymes ondertekenden op 25 mei 2019 de ministers Cora van Nieuwenhuizen (Infrastructuur en Waterstaat) en Ank Bijleveld (Defensie) de nieuwe ‘Regeling Organisatie Kustwacht Nederland (ROKN)’. Hiermee is de organisatie Kustwacht Nederland weer geborgd voor de toekomst. In de regeling staat de inrichting van het samenwerkingsverband Kustwacht beschreven met daarbij duidelijk de verantwoordelijkheden van betrokken departementen en diensten.
 LIVEX
 Ondertekening regeling Kustwacht 
 Regeling organisatie Kustwacht Nederland

Wéér reorganiseren
De taken  voor de Kustwacht bleven toenemen alsmede de druk op de organisatie. Dat resulteerde dat in 2019 weer een reorganisatie werd opgestart. Dit resulteerde dat 23 nieuwe functies toegevoegd werden aan de Kustwachtorganisatie.

Meer onderwerpen
> Tijdlijn
> Samenwerkingspartners
> Raad voor de Kustwacht
> PKHN
> Ontwikkelingen Noordzee

Grote delen van de tekst op deze pagina komen met toestemming integraal uit het kennisdocument ‘Nederlandse Noordzee-aangelegenheden. 50 jaar beheer en beleid op het Nederlands deel van de Noordzee, 1971-2020’ geschreven door Siebren Teule.