‘Verontreiniging op de Noordzee vraagt om internationale samenwerking’

Luchtwaarnemers Kustwacht geven inkijkje boven zee
Een schone zee is cruciaal voor mens en milieu. Daarom surveilleert Kustwacht Nederland dagelijks boven de Noordzee, om verontreinigingen op te sporen. Ook werkt ze in dit kader intensief samen met andere landen. Eind november organiseerden Rijkswaterstaat (RWS) en Kustwacht Nederland een succesvol seminar voor buitenlandse collega’s. Betrokken luchtwaarnemers Coen Blijlevens en Kitty Kientz over de scherpe ogen en oren van de Kustwacht, verontreiniging op zee en de kracht van internationale samenwerking!

Ze zijn beiden RWS-inspecteur én luchtwaarnemer onder de vlag van Kustwacht Nederland. Coen Blijlevens sinds 1993, Kitty Kientz sinds 2012. Coen: ‘Het waarborgen van een schone zee is een kerntaak van de Kustwacht. We willen verontreiniging voorkomen en áls het gebeurt snel opsporen. Proactief of na een melding. We vertrekken dagelijks vanaf Schiphol Oost richting de Noordzee.’

Luchtwaarnemers Kitty Kientz en Coen Blijlevens over de scherpe ogen en oren van de Kustwacht

Slim en wendbaar
Politie op zee. Zo zou je de luchtwaarnemers kunnen noemen. Kitty: ‘Wat we doen is waarnemen, toezicht houden en zo nodig handhaven. We vliegen een tot twee keer per dag en zo nodig vaker. De strook langs de kust checken we sowieso dagelijks.’ Onder de vlag van de Kustwacht werken momenteel elf luchtwaarnemers, afkomstig van Rijkswaterstaat, Marechaussee, Douane en marine. De vliegers zijn van de marine of luchtmacht. Naast verontreiniging letten ze bijvoorbeeld ook op verkeersovertredingen, drugs- en mensensmokkel.

De plaats van de waarnemer in het vliegtuig

Coen: ‘Ons belangrijkste materieel is de Dornier 228; een wendbaar Kustwachtvliegtuig met vleugels aan de bovenkant, zodat we goed zicht op zee hebben. Het is uitgerust met slimme opsporingsmiddelen [zie kader] en kan heel langzaam vliegen. Kustwacht Nederland heeft twee Dorniers, ook is een politie-helikopter beschikbaar.’ Tijdens vluchten is er elk half uur en zo nodig vaker contact met het Kustwachtcentrum, via marifoon of satelliettelefoon.


De Kustwacht heeft twee Dornier 228-vliegtuigen

Vervuiling verandert
De verontreiniging die luchtwaarnemers aantreffen, is anders dan jaren geleden. Kitty: ‘Vroeger waren het vooral lozingen van minerale oliën. Dat zien we steeds minder, door betere kwaliteit van schepen, strengere regels en controles. Het zijn nu vaker chemicaliën die na een tankwassing in het water komen. Soms legaal – een tankwassing mag onder voorwaarden – maar ook illegaal. Of uitlaatgassen van schepen, die neerslaan op het water. Ook gaat het om verontreinigingen na incidenten, waarbij olie, brandstof of lading wordt verloren. En bijvoorbeeld sanitair- en huisvuillozingen op ankerplaatsen.’ Doordat de Kustwacht dagelijks controleert, kunnen schepen veel moeilijker ongezien iets lozen. Die preventieve werking is belangrijk. Wél is duidelijk dat gebruikers van de Noordzee bewust of onbedoeld nog steeds vieze troep in het water dumpen.

‘Doordat de Kustwacht dagelijks controleert, kunnen schepen moeilijker ongezien iets lozen’

Proces-verbaal
En die troep wordt opgespoord, waarbij de veroorzaker een proces-verbaal kan krijgen. Coen: ‘Alle verontreinigingen die we aantreffen, tientallen per jaar, worden sowieso geregistreerd en doorgegeven aan het Kustwachtcentrum. De meeste situaties zijn echter legaal óf de veroorzaker is verdwenen. Dit jaar maakten we in circa tien situaties proces-verbaal van waarneming op. Het Kustwachtcentrum deelt de melding dan met nautisch adviseurs van Rijkswaterstaat, ook wordt het Team Maritieme Politie (TMP) ingeschakeld.’ Zo nodig wordt de verontreiniging opgeruimd, waarbij de luchtwaarnemers ook een rol spelen. Ze cirkelen dan boven de vlek, begeleiden de “opruimers”, geven aanwijzingen en maken foto’s. Ook worden soms realtime opnames doorgegeven aan het bestrijdingsvaartuig, zodat ze op zee hetzelfde kunnen zien als de waarnemers vanuit de lucht.


De grijze bol is de FLIR  en de langwerpige balk is de SLAR (zie kader hieronder)

Ogen, onderbuik en opsporingsapparatuur 
Vanuit het vliegtuig speuren luchtwaarnemers continu de zee af. En daarvoor hebben ze handige hulpmiddelen!

  • Ogen van de waarnemer deze zijn het belangrijkste. Eyeball mark one, zoals ze het zelf noemen. Dat in combinatie met onderbuikgevoel, om in te schatten of er iets aan de hand is. Het gaat niet om kijken, maar om waarnemen. Opmerken wat een ander niet ziet, met oog voor detail. De luchtwaarnemers weten waarop ze moeten letten. Vaart er een ongeladen tanker, liggen er slangen aan dek? Dat kan wijzen op een tankwassing. Heeft een schip een afwijkend kielzog of vaart het een vreemde route? Mogelijk is er iets geloosd. Extra handig: vanuit het “bolle raam” in de Dornier kun je in alle richtingen kijken.
  • SLAR De side looking airborne radar. Deze detecteert afwijkingen in het wateroppervlak. Zijn er meer of minder golven? Ligt er iets in of op het water? De SLAR-antennes zitten aan de buitenzijde van het vliegtuig, binnen is een scherm waarop afwijkingen zichtbaar zijn. Detecteert de radar iets? Dan zijn weer de ogen en het onderbuikgevoel nodig.
  • FLIR De forward looking infrared. Deze infraroodcamera hangt als een soort skippybal onder het vliegtuig en is door de waarnemer te besturen. Het is een camera, video, laser en restlichtcamera in één. Je kunt er ’s nachts mee kijken, afstanden meten, inzoomen en bewijsopnames maken. Een paar fijne extra ogen dus. 
  • In het vliegtuig is altijd een fotocamera met grote lens, een Gyro gestabiliseerde verrekijker en een zoeklamp aanwezig. Bovendien ontvangen de luchtwaarnemers dagelijks satellietbeelden via EMSA (zie kader onderaan), waarop eventuele verontreiniging zichtbaar is.

Veertig luchtwaarnemers bij seminar 
Grootschalige incidenten en verontreiniging op zee gaan soms over landsgrenzen. Dat vraagt om internationale samenwerking. Coen: ‘We hebben elkaar absoluut nodig. Niet alleen qua capaciteit, ook om samen te oefenen en van elkaar te leren. Het seminar eind november is daarvan een mooi voorbeeld. Een initiatief van de European Maritime Safety Agency (EMSA), dit jaar georganiseerd door Nederland. Er waren veertig luchtwaarnemers uit diverse Europese landen en tien Europese en Nederlandse trainers. Locatie was een hotel bij Schiphol Oost. Alle aspecten rond maritieme verontreiniging kwamen aan bod.’


Er waren veertig luchtwaarnemers uit diverse Europese landen op de "7th training on the Use of Surveillance Systems for Marine Pollution Detection and assessment”

Interactief
Twee onderwerpen stonden in de spotlights: de ingewikkelde volumebepaling van olievlekken én het strategisch stappenplan na waarneming van vlekken. Kitty: ‘Het interactieve programma kreeg veel waardering van deelnemers én EMSA. Dagvoorzitter Richard van Belzen, nautisch adviseur van RWS, ging continu in gesprek met de deelnemers. Naast een plenair deel waren er actieve workshops, waarbij alle landen werden gemixt. Ook hadden we voor het eerst een “tussendoor-programma”, om de onderlinge verbinding te versterken. Deelnemers reageerden heel enthousiast. Het is belangrijk om elkaar te kennen en ervaringen uit te wisselen. We hebben elkaar hard nodig om de Noordzee schoon en veilig te houden.’


Voor de deelnemers aan het seminar was een interactief programma samengesteld

Meer internationaal!
Kustwacht Nederland werkt intensief samen met andere landen bij de aanpak van maritieme verontreinigingen.

  • EMSA: European Maritime Safety Agency. Deze “spin in het web” promoot een veilige, schone en economisch sterke maritieme sector in Europa. Ze stimuleert en faciliteert ook samenwerking tussen aangesloten landen. Bijvoorbeeld met uitwisselingsprojecten en seminars (zoals het seminar op Schiphol).
  • BONN-agreement: internationaal verdrag dat de samenwerking tussen tien landen grenzend aan de Noordzee regelt, qua opsporing, melding en bestrijding van maritieme verontreiniging.
  • Tour de Horizon: Samen met landen uit het BONN-agreement controleert Kustwacht Nederland één of twee keer per jaar off shore-installaties in de gehele Noordzee (tot aan de Noorse zee) , om eventuele maritieme verontreiniging op te sporen.
  • CEPCO: Coordinated Extended Pollution Control Operation. Landen uit het BONN-agreement werken hierbij samen. Tijdens CEPCO wordt in een specifiek gebied gedurende een bepaalde periode continu gecontroleerd op verontreiniging. De landen wisselen elkaar daarbij af. Dit is ook meteen een training voor betrokken landen.
  • Oil on water-exercise: tweejaarlijks organiseert Noorwegen een grote bestrijdingsoefening rond minerale olieverontreiniging op zee. Het Nederlandse Kustwachtvliegtuig is vaak een van de deelnemers.

Tekst Winneke Kok (GH+O) & foto's Peter van Aalst en Roel Ovinge

Deel deze pagina